 |
Carlijn (17): 'Ik heb vorig jaar een computer op afbetaling gekocht. Nu krijg ik almaar post dat ik de computer moet afbetalen. Probleem is dat ik het niet kan betalen omdat ik dat geld niet opzij heb gezet. Ik baal er flink van, want ik wil helemaal geen schulden hebben.'
|
Je kunt geld maar één keer uitgeven. Op=op. Veel jongeren lenen geld bij als het op is. Voor een keertje is dat niet zo erg. Maar voor je het weet, ben je steeds aan het afbetalen. Het risico om schulden te maken wordt dan groot. En schulden vormen een gevaar voor je toekomst. Wie eenmaal schulden heeft, is vaak jarenlang aan het afbetalen. Een huis kopen is dan bijvoorbeeld onmogelijk.
 |
|
OP=OP! Wil je schulden voorkomen?
1. Weet wat je hebt
2. Blijf reclame de baas
3. Op=op
|
 |
Wil je schulden voorkomen? Houd je dan aan de drie basisregels voor omgaan met geld:
1. Weet wat je hebt
2. Blijf reclame de baas
3. Op=op.
1. Weet wat je hebt
Zet een paar keer per jaar je inkomsten en uitgaven op een rijtje. Maak een begroting. Dan weet je hoeveel je hebt en hoeveel je uitgeeft.
2. Blijf reclame de baas
Reclame is overal, reclame verleidt tot kopen. Maar jij bepaalt toch zelf wat nodig is? Vergelijk producten, bedenk wat voor jou belangrijk is, en maak een keuze die je kunt betalen. Zo blijf jij de baas!
3. Op=op
Je kunt geld maar één keer uitgeven. Kies je voor het één, dan zal je iets anders moeten laten. Denk dus goed na voordat je je geld uitgeeft. Lenen helpt maar even, ook dat moet je terugbetalen, soms met rente. En dan is je geld zo weer op.
Geld uitgeven is keuzes maken
Deze drie basisregels maken het je ook veel makkelijker om keuzes te maken.
Jan (15): 'Ik wil een nieuwe mp-3 speler, de mijne kraakt af en toe. Maar eigenlijk heb ik binnenkort ook een nieuwe tv nodig en tja, een nieuwe fiets is ook wel een goed idee. Het is alleen allemaal zo duur. Ik kan dat nooit allemaal betalen.'
Geld uitgeven is keuzes maken. Maar weinig mensen kunnen alles kopen wat ze willen hebben. Soms is het heel makkelijk. Je hebt uitgaven die moeten en uitgaven die mogen. Als je daar tussen moet kiezen is het simpel. Dan wordt het dus de uitgave die moet, bijvoorbeeld je telefoonabonnement.
Vaak is de keuze veel lastiger. Het is slim om eerst te kijken hoeveel geld je hebt. Je kan dat bijvoorbeeld doen met behulp van een begroting. Misschien kun je wel alles kopen wat je wilt. Kan dat niet, dan kun je kijken of je nog een tijdje kan wachten met een aankoop. Misschien kun je daar voor gaan sparen.
En anders kun je bedenken of het misschien helemaal niet nodig hebt, misschien kun je wel zonder.
Jan heeft per maand € 85,- te besteden. Hij krijgt kleedgeld van zijn ouders en heeft een bijbaantje. Inmiddels heeft hij zo’n € 180,- euro gespaard. Iedere maand komt daar € 30,- bij.
Zijn wensen kosten:
| Fiets |
€ 225 |
| T.v. |
€ 150 |
| MP3-speler |
€ 75 |
| Totaal |
€ 450 |
Over 9 maanden kan Jan alle drie de dingen kopen. Dan heeft hij genoeg geld bij elkaar gespaard. Maar zolang wil hij eigenlijk helemaal niet wachten.
Jan: 'Zonder die fiets kan ik echt niet. Dus die moet ik wel kopen. En mijn mp3-speler gaat ook echt kapot. Maar een nieuwe tv… Tja, ik heb een hele mooie gezien, maar eigenlijk heb ik die niet nodig. De mijne is oud, maar doet het nog wel. En ik kreeg van mijn moeder een goede tip. Bij de fietsenmaker hebben ze een hele mooie tweedehands fiets staan, voor maar € 165,-. Hij lijkt op de fiets die ik eigenlijk wou kopen. Als ik die koop, spaar ik nog wat geld en over 2 maanden kan ik dan ook nog de mp3-speler kopen.'
|